Grafiekinstellingen

Stel presentatie, referenties, neerslag en tijdnavigatie in.

Open het schuifregelaarsymbool naast Legenda voor de uitgebreide grafiekinstellingen. Sommige keuzes zijn ook direct boven de as of in een legenda-item beschikbaar.

Presentatie

  • standaard hoogtereferentie: maaiveld wanneer beschikbaar, met NAP als terugval; kies desgewenst NAP of bovenkant meetpunt;
  • gecombineerde, 2 × 2- of onder-elkaarweergave voor vergelijkingen;
  • eenheid bij iedere aswaarde of eenmaal aan de asrand;
  • automatische of vaste y-as;
  • gedrag van aanwijzer en uitlijning op meetpunten;
  • tijdnavigatie en aanvullen van aangrenzende perioden.

Reeksen en referenties

De legenda bepaalt zichtbaarheid, lijnkleur en optioneel vlak per reeks. Het vlak volgt standaard een lichte versie van de lijnkleur. Kies Aangepast voor een eigen kleur. Referentielijnen hebben afzonderlijke zichtbaarheid en kleur.

Onder Referentielijnen in widgets bepaal je welke lijnen in de compacte grafieken op Overzicht en Kaart staan. Standaard zijn maaiveld, bovenkant meetpunt en beschikbare GG-, RHG- en RLG-lijnen zichtbaar. Filter- en sensorhoogte staan standaard uit om kleine widgets leesbaar te houden.

Neerslag

Neerslag staat standaard aan, per dag en op het maaiveld. Stel hier de resolutie, plaatsing en voorkeur voor eigen of KNMI-stations in. Het concrete station kun je ook snel vanuit de neerslaglegenda kiezen.